Advertenties / Onze sponsors Geen ads!


Abel

Dit is een verhaal uit de categorie Bisex.
We hebben afgesproken te gaan wandelen. Een wandeling die je vanaf een NS-station kunt doen. Lekker simpel. In de stationsrestauratie wacht ik onder het genot van ‘n kopje koffie op je komst. Het is mooi weer, de dag belooft veel goeds. Er stopt een trein in het niet zo grote station. Mijn ogen speuren de perrons af, zonder m’n bril zie ik niet zo scherp. Ineens zie ik contouren die me bekend voorkomen. Je manier van lopen zie ik voor het eerst. Je kijkt rond en ziet waar je naartoe moet. De stationsrestauratie is bij de ingang van het station, via de trap, door de tunnel en weer omhoog, in spanning wacht ik af. Ineens sta je in de deuropening van de restauratie. Een mengeling van opgewondenheid, verlegenheid, en blijheid lees ik van je gezicht af. We zien elkaar en lachen elkaar toe. We geven elkaar een hand en beseffen allebei dat dat ‘n beetje idioot is, maar ook dat weten we van elkaar en we lachen. Je hebt al koffie in de trein genomen en we kunnen meteen op pad.


Ik heb de routebeschrijving. Die voert ons eerst door het stadje, eerst langs de spoorbaan, dan zitten we al gauw aan de rand en lopen een bos in. De zon schijnt door het gebladerte, het is aangenaam koel. De lucht is schoongewassen door de regen en bezwangerd van de geuren van het bos. We hebben de vormelijke conversatie achter ons gelaten en we kwebbelen nu als kinderen vrolijk en plagerig. Je moet lachen om m’n antwoorden op je vragen en ik voel me geliefd. Ik ben wat aan het uitleggen op mijn intellectuele manier en heb niet door dat je inhoudt. Opeens voel ik je op m’n rug, als ‘n cowboy vuur je je paardje aan. Ik begin te rennen en te rennen, harder en harder, en opeens … vliegen we. De bomen scheren onder ons langs, en we klimmen. Jij houdt je met je dijen stevig aan me vast, ik ben nog wat onwennig met het sturen. We passeren weilanden, wegen, dorpen en steden, rivieren. Ondertussen ga je helemaal uit je bol en gillend trommel je met je vuisten op m’n rug en bijt me in m’n oren. We vliegen nu over zee, heel af en toe komen we ‘n schip tegen. Dan daal ik en we vliegen even ‘n rondje om de stuurhut om de gezichten van de kapitein en de eerste stuurman te zien. Jij steekt je tong tegen ze uit en maakt obscene gebaren. Hun ogen rollen bijna uit hun kassen als ze ons zien. In de verte zien we New York opdoemen. Ik roep tegen je ‘Klaar voor de landing?’. Joelend beaam je m’n vraag. Na eerst nog ‘n rondje om het Vrijheidsbeeld landen we ongemerkt in Battery Park. We gaan wandelen. Jij bent nog nooit in New York City geweest en je kijkt je ogen uit. We lopen door Lower Manhattan. Greenwich Village, Chinatown, Broadway, al die bekende wijken en straten zie je nu in het echt. Het verkeer, de wolkenkrabbers, de mensen, je vindt het allemaal geweldig en je geestdrift steekt me aan. Ik geef je ‘n stevige hand en hand in hand lopen als twee verliefde pubers door de straten van New York. We krijgen honger! Wat zullen we eten? We vinden allebei Italiaans eten heel lekker en duiken ‘n trattoria in. Met ‘n glaasje rode wijn erbij fietst alles er heerlijk in en staan we na ‘n lekkere kop koffie weer buiten. Ik kijk je aan en we begrijpen elkaar direct, we gaan weer vliegen! Als ‘n raket schieten we boven de wolkenkrabbers uit, wel uitkijken voor de alomtegenwoordige helicopters tussen de gebouwen, en zetten de koers zuidwaarts. Onderweg komen we ‘n tornado tegen waar we middenin terechtkomen.


Je klampt je heel stevig aan me vast. Zo stevig dat je nagels diep in m’n vlees dringen en het bloed uit m’n lichaam opwelt. Ik kick op de pijn. Je likt het bloed op en voelt je ‘n vampier die mij helemaal leegzuigt. Het wind je ontzettend op, je begint over m’n rug te rijden en terwijl de tornado om ons heen raast kom je gillend klaar. Ik geniet van je genot en ondertussen moet ik al m’n stuurkunst gebruiken om ons veilig uit de tornado te loodsen. We hebben een enorme afstand afgelegd. We vliegen over Miami richting Cuba. Onder ons zien we een grote stad, we dalen. Een onduidelijke maar vrolijke brij van muziek stijgt uit de stad op. We dalen verder, nu horen we duidelijker de meeslepende Cubaanse muziek. Dansen! Roep je enthousiast. We landen ergens dichtbij een muziektentje en je trekt me mee naar binnen. Het is er heel gezellig en we worden direct getracteerd op ‘n Cuba Libre. Wat onwennig loop ik met je naar de dansvloer. Je pakt me stevig beet, drukt me tegen je aan, en wijst me met je heupen hoe de dans gaat. Mijn ritmegevoel is goed en al gauw volg ik je gemakkelijk. Ik begin het helemaal door te krijgen en leid jou nu. De mensen om ons heen kijken naar ons, we zijn natuurlijk een vreemd stel, zo uit de lucht komen vallen zeg maar. Maar we dansen zó innig en sensueel dat ze ruimte maken en beginnen te klappen en te joelen. Jij wordt daar zó opgewonden van dat je je onderlichaam hard tegen me aanschurkt en terwijl we doordansen op het ritme van de guaracha voel ik je zachtjes kreunend, maar hard genoeg dat ik het hoor, wegglijden in ‘n zalig lang aanhoudend orgasme. Ik voel de schokjes door je lichaam gaan en ik moet je stevig vasthouden want je staat niet meer stevig op je mooie benen. Terwijl ik je van de dansvloer leid, voel ik je zwaarder en zwaarder worden. Je bent uitgeput en valt in mijn armen in slaap. De dag is nog niet voorbij en in mij brandt nog het verlangen naar ‘n volgend avontuur. Ik wil je helemaal, voor eens en voor altijd, de diepste gevoelens laten ervaren die ‘n vrouw ooit ondergaan heeft. Ik neem je op m’n rug en vlieg met je over Zuid-Amerika. Onder mij zie ik de Amazone voorbijglijden terwijl jij gelukzalig ligt te slapen op mijn rug. Je zware adem kietelt me in m’n oor. Ik draai m’n hoofd naar je en kus je zachtjes op je totaal ontspannen lichaam en fluister lieve woordjes in je oor.


In de verte zie ik de lichten van een grote stad. Dat moet Rio de Janeiro zijn, de wellustigste stad op aarde. Snel vlieg ik naar de gloed van de stad toe, het is tegen ‘n uur of elf in de avond. Ik daal en vlieg naar het centrum van de stad. Er is ‘n carnavalsoptocht gaande. Het geluid van de orkestjes in de optocht maakt je wakker. Verbaasd kijk je over m’n schouder naar het rumoer onder ons. Als je ziet wat het is, begin je uitzinnig te schreeuwen en te joelen. Je wilt direct naar beneden en de carnavalsoptocht van dichtbij zien. We landen ergens in ‘n achterafstraatje zodat niemand ons opmerkt, en lopen naar de hoofdstraat, waar de optocht met veel vrolijke herrie voorbijtrekt. De mannen en vrouwen zijn prachtig en kleurig uitgedost. Met veel glitter en pluimen trekken ze aan ons voorbij. Wat ‘n lichamen! En dan hun bewegingen! Het is een en al deinende borsten, pronte billen, brede schouders, stralende glimlachen, wat aan ons oog voorbijtrekt. In alle gradaties van zwart, bruin, en blank. Op ‘n gegeven moment kijken we elkaar aan. We denken allebei hetzelfde, we zijn allebei ontzettend opgewonden geraakt van de optocht. Ik neem je op m’n rug en we vliegen naar het strand. Ik zoek ‘n mooie rustige baai uit en vleien ons op het zand. We zijn allebei nog nooit zo geil geweest. Onze lijven zijn kloppende harten geworden. Harten op zoek naar versmelting. Ik streel en kus je. Je beantwoordt m’n aanrakingen met hartstochtelijke kussen en pakt me daarbij heel stevig vast. Ik voel m’n pik groeien en wil die ruimte geven. Je hebt dat allang gemerkt en vaardig heb je me snel helemaal ontkleed. Jij ligt er inmiddels ook helemaal bloot bij en we weten niet hoe snel we elkaar in de armen moeten vliegen. Door de dag tot nu toe, door het dansen, door de optocht met de prachtige mensen, de muziek, de deinende borsten, billen en breedgeschouderde mooie mannen, ben je zo nat geworden dat ik moeiteloos bij je binnenglijd. Je slaakt een kreet van genot.


Ik trek je op me, m’n pik blijft in je. Je kust me overal waar je me maar kunt kussen. Je borsten en tepels kietelen aan mijn tepels en ik wordt heter en heter. Jij begint langzaam je heupen op en neer te bewegen. Jezus, wat kun jij geil neuken! We voelen allebei dat dit niet gewoon een vrijpartij is. We lijken betoverd. Onze lichamen gaan gloeien. Het zand onder en rondom ons smelt en wordt doorzichtig. Dampen stijgen vanaf het strand op. Onze lichamen worden letterlijk één en versmelten totaal. Er is geen jij en ik meer, er is één hete vloeistof die kookt en borrelt. Die vloeistofmassa wordt heter en heter, gaat over in plasma zoals in een kernfusiereactor. We zijn uiteengevallen in subatomaire deeltjes, in quarks en bosonen. Dan volgt een ongekende explosie. Een golf van liefdeslicht rolt met een snelheid van 300.000 km per seconde over de aarde. Voor ‘n honderste van ‘n seconde wordt de gehele aardse natuur aangeraakt door onze liefdesdaad. En alle planten, dieren en mensen hebben heel eventjes liefde ervaren.